Wushu
Tijdens de Ming- en Qing-dynastie (1363 - 1644 en 1644 - 1911 na Christus) kende Wushu wellicht zijn belangrijkste ontwikkeling. De meeste van de nu bestaande Wushu- stijlen kregen in die periode vaste vorm. Door de eeuwen heen waren er ook periode waarin het verboden was Wushu te beoefenen.Maar ook toen kende Wushu een verdere ontwikkeling, namelijk via de diverse verboden "ondergrondse" genootschappen.Vaak waren deze geheime organisaties ook revolutionaire groeperingen die poogden de toenmalige heersers omver te werpen. Vaak wordt beweerd dat Wushu rond de zesde eeuw na Christusontstond binnen de muren van het Boeddhistische Shaolinklooster in de Chinese provincie Henan als een manier om de gezondheid en de veiligheidvan de monniken te verbeteren.Deze versie wordt evenwel door de Chinese geschiedschrijvers tegengesproken.In feite ontstonden de eerste Wushu-vormen reeds in de primitieve Chinese samenleving. wushu1

Om te kunnen overleven, gebruikte de primitieve mens houten knuppels en stenen waardoor hij zich niet alleen kon verdedigen tegen wilde dieren, maar waar hij ook mee op jacht kon gaan. Tijdens de Shang-dynastie (17de eeuw - 11de eeuw voor Christus) ontwikkelde men diverse oefeningen en dansvormen, met en zonder wapens, ter voorbereiding van dreigende oorlogen en ter verbetering van de gezondheid.Ten tijde van de Yin- en Zhou-dynastieëen (1200 - 771 voor Christus) ontstonden bronzen wapens, zoals dolk, bijl en speer.Wedstrijden werden georganiseerd om de vaardigheid met deze wapens te kunnen meten en vergelijken. In die periode werd Wushu ook een onderdeel van de vorming en opleiding van de adel en andere vooraanstaanden. Zij leerden "WuXiang" (een soort dan waarbij men met een bijl, speer of schild een aantal technieknen uitvoert).Het bracht hen niet enkel militaire vaardigheid bij, men meende ook dat het hun voorkomen en hun gedrag ten goede kwam. Op deze wijze ontstond een vorm van lichamelijke opvoeding.Later, bij het gebruik van ijzeren voorwerpen, werden talrijke nieuwe wapens vervaardigd ("Lente en Herfst periode": 770 - 476 voor Christus).
Wushu werd dan ook verder ontwikkeld en als gevolg van de talrijke wedstrijden en ontmoetingen tussen beoefenaars ontstonden er steeds nieuwe en meer complexe gewapende en ongewapende technieken. Hieruit ontwikkelden zich bijgevolg verschillende Wushu- stijlen en scholen, elk met hun eigen karakteristieken en specifieke technieken. De meeste van deze genootschappen hadden een religieuze basis, zoals de Witte Lotus-sekte die direct afstamt van een 12de eeuwse Boeddhistische sekte en indirect zelfs terugvoert tot de 4de eeuw. Leden van de Witte Lotus kwamen aan het einde van de 18de eeuw in opstand tegen de buitenlandse overheersing door de Mantsjoerijse Qing-dynastie.Hoewel de opstand de kop werd ingedrukt, werden de Witte Lotus-ideeën overgenomen door de Boksersrebellen van 1899 - 1901 tijdens de zogenaamde "Boksersopstand" tegen westerse gezantschappen in China.

wushu2 De Chinese naam van dit genootschap, waarvan de leden bekend stonden om hun vaardigheid in het Wushu, was "Yihetuan". Vrij vertaald betekent dit "Eensgezinde Vuisten", wat westerlingen ertoe bracht de volgelingen "Boksers" te noemen. Ook in het begin van deze eeuw ontwikkelde Wushu zich verder. Zo werd in de helft van de jaren twintig in China een centraal Wushu-instituut opgericht, met onderafdelingen in een aantal provincie en steden. Vanaf 1932 werd jaarlijks zelfs een nationale Wushu-wedstrijd ingericht.